dinsdag 24 augustus 2010

Say what you need to say

Een van de mooiste nummers
die de Deense pelgrim Claus
voor ons zong in
de middeleeuwse kapel in
het plaatsje Foncebadon.

Beluister het via: http://www.youtube.com/watch?v=gt58Z_XuGe4

Druk?

(onderweg geschreven, nu pas gepubliceerd)
Uit gesprekken met oudgediende pelgrims bleek dat het aantal pelgrims aan de Camino behoorlijk is toegenomen de laatste jaren. Sommigen konden hun afgrijzen maar ternauwernood onderdrukken. Ik merk er zelf niet zoveel van. Dagelijks vertrekken er tussen de 50 en 100 pelgrims vanuit dezelfde plaats. Omdat de afstanden tussen de 20 en 30 km liggen blijft er genoeg ruimte over voor de pelgrims om zich te verspreiden. Dikwijl loop ik helemaal alleen en komt er pas een pelgrim voorbij wanneer ik bij een bar of midden in de natuur pauzeer. Het ontmoeten van andere pelgrims kent, althans in mijn ogen, vele voordelen.
Een paar op een rijtje:
  • er is altijd iemand in voor een praatjes
  • de praatjes monden vaak uit in filosofische en emotionele gesprekken waarin altijd wel een wijze les verborgen zit
  • na zoveel dagen lopen ken ik behoorlijk wat mensen en het voelt als een grote familie 
  • omdat bijna iedereen elkaar wel (her)kent en je allemaal achter elkaar loopt is het makkelijk om te achterhalen waar iemand is, hoe het met een bevriende pelgrim gaat en je kunt nerichtjes achterlaten die dan via via bij de juiste persoon belanden
  • in wildvreemde steden, dorpen, bosen en velden ben je nooit alleen
  • het geeft een geborgen gevoel wanneer je weet dat er mensen achter en voor je lopen die je zullen helpen wanneer je hulp nodig hebt 
  • iedereen helpt elkaar, aan eten, water, chocola, zonnebrandcreme, de laatste tips op blaren en ander medisch gebied
  • je kunt altijd ergens aanschuiven met ontbijt, lunch of avondeten (zo heb ik al menig menu voorzien van een heerlijk toetje)
Samen koken in Villar de Manzarife

De allerallerlaatste nacht!

‘s Avonds om 22.00 uur zijn alle pelgrims die in het klooster slapen uitgenodigd om naar de avondsluiting te komen. Van te voren heeft Marisa een pilgrim van iedere nationaliteit gevraagd om een gebed in zijn of haar moedertaal voor te lezen. Met veertig man lopen we naar de met kaarsen verlichte kapel. Voor de deur pakken we een steen met de gele Caminopijl uit het zakje van de Franciscaner monnik. Zwijgend nemen we plaats in de houten banken. De monnik opent de bijeenkomst en onsteekt het licht van een olielampje. Hij geeft het aan de pilgrim die het dichtst bij hem zit en in stilte gaat het lampje van hand tot hand, gevuld met overpeinzingen, dankbetuigingen, gebeden. Over Marisa´s wang biggelt langzaam een traan. Wanneer het lampje terug is gekeerd naar de monnik lopen we een voor een naar voren om ons gebed voor te lezen. Mijn vertaling klopt van geen kant, maar omdat er verder niemand anders Nederlands spreekt maak ik er maar snel een eigen versie van. Bij terugkomst in de houten bank veegt Marisa de tranen van haar gezicht. Ze slaat haar armen om mij heen. Het is inmiddels al de derde keer dat ze dit meemaakt, maar het ontroerd haar nog steeds.

We worden uitgenodigd om onze steen op het altaar te leggen en in een kring te gaan staan. Hand in hand. De monnik legt uit dat met deze stenen Santiago is gebouwd, een heilige, krachtige plek, het doel van onze reis. Toch ervaren bijna alle pelgrims tijdens het lopen dat de weg ernaar toe ook van groot belang is. De weg biedt je de mogelijkheid om je open te stellen voor je omgeving, de natuur, de mensen, jezelf. Om anderen te helpen bij pijn, verdriet, honger en dorst of om zelf gesteund te worden. De monnik spreekt de wens uit dat wij als ambassadeurs terugreizen naar ons moederland en daar samen werken aan een betere wereld. Na afloop van zijn mooie woorden volgen veertig omhelzingen, veertig keer de armen van - veelal onbekende - pelgrims om je heen, bemoedigende woorden, liefdevolle wensen, grapjes en vele tranen. We zijn er! En wat is er onderweg veel gebeurd. Bijna gaan we terug naar huis. We koesteren deze laatste momenten. Onze voetstappen laten we achter. De Camino zit voor altijd in ons hart. Samen lopen we verder ons leven in.

Na de bijeenkomst gaan we met alle pelgrims naar het plein voor de kathedraal. Daar vindt een klank-en-licht-spektakel plaats met de oude keathedraal als projectiescherm. De hele pelgrimstocht komt voorbij, van de prachtige landschappen tot de pelgrims zelf, de kunst en cultuur onderweg en de muziek. In vliegende vaart trekken ook alle herinneringen aan mij voorbij. Terug in het klooster poets ik snel mijn tanden en ga de laatste nacht in. Marisa komt nog even langs, geeft een zoen en dekt mij toe. Madre Marisa die zo liefdevol en zorgzaam was vandaag. Wat een bijzondere ontmoeting op deze laatste, allerlaatste dag.

Wat te doen op zo´n laatste dag?

Het wordt: tas achterlaten in het seminarie, ontbijten in een park, tas ophalen in het seminarie, naar de directeur-van-het-museum-van-de-kathedraal die niet aanwezig blijkt, koffie drinken, terug naar de directeur die er weer is en mij voorziet van de laatste stempel in mijn pelgrimspaspoort. Het is de eerste die hij – niet zonder trots – zelf zet in het credencial van een pilgrim. Vervolgens probeer ik voor de derde keer een afspraak te maken met de directeur van het Museo de la Peregrinciones. De schaars Engels sprekende baliemedewerkers weten mij voor de derde keer te vertellen dat hij pas morgenochtend weer aanwezig zal zijn en wel ‘hoogstwaarschijnlijk’. Onverrichter zaken loop ik om twee uur naar het Convento de San Francisco.

Daar blijkt de Canadese Jaymie al in de rij te staan. En even later komt ook de Noorse Kristin aangelopen. Gezellig twee uur wachten. Wijn wordt ruimhartig rondgedeeld en wanneer de ijzeren poorten eindelijk opengaan, word ik begroet door de hospitalera met de woorden ’jij bent Maria uit Holland!’ Dat klopt natuurlijk (Maria is voor de Spanjaarden makkelijker dan Marije, vandaar). Ze omhelst mij en bedelft mij onder de zoenen. ‘Van Amporra!’. Het blijkt dat de Spaanse Amporra die ik zo rond de vijftig kilometerpaal voor Santiago had ontmoet net vanochtend haar hospitalerastokje heeft overgedragen aan Marisa. Amporra had Marisa een beschrijving van mij gegeven met de instructie mij heel hartelijk te ontvangen. En zij voegde daadkrachtig de daad bij haar woord.

Eerst worden de pelgrims binnengelaten die vanochtend in Santiago zijn aangekomen. Of er nog plaats voor ons is, blijft een halfuur spannend. Gelukkig kunnen ook Jaymie, Kristin en ik blijven slapen. Marisa staat al in de deuropening en het feit dat er nog een bed voor mij is, is voor haar weer een aanleiding om mij te omhelzen. Later die middag neemt ze mij bij de hand en leidt mij naar buiten waar ze druk gebarend Amporra belt en mij de telefoon in handen drukt. Amporra lijkt het beetje Engels dat ze tijdens onze wandelingen samen sprak volledig vergeten en ratelt een heel verhaal dat ze afsluit met veel besos. Fijn om haar nog even dichtbij te hebben, ook al is het door de telefoon.

De laatste dag breekt aan

26 juli middernacht: de laatste dag van mijn Camino breekt aan. Zonder Wouter arriveer ik in de albergue in het voormalige grootseminarie in Santiago. Terwijl hij de stad in ging met andere pelgrims ben ik naar een concert van een Gallicische folkband gegaan. Het werd voor de zoveelste keer weer een race tegen de klok. Gelukkig was de poort nog open. Ik haal mijn tas op in de kelder, daar waar Wouter en ik hem ‘s ochtends hebben achtergelaten. Mijn voetstappen weerklinken in het grote trappenhuis. Het gigantische gebouw is in diepe rust. Gelukkig neemt een Spaanse pilgrim mij letterlijk bij de hand mee om mijn bed te vinden. De lichten zijn uit en het is zo donker dat ik mijn bednummer niet kan vinden. Vreemd om de nacht in te gaan, wetend dat het de eennalaatste is. De magie van de Camino wordt bijna doorbroken. ´Hoe zal het zijn om weer terug te gaan naar mijn dagelijkse leven?´ schiet het door mijn hoofd. Nog even niet aan denken. Ik kruip in mijn lakenzak, sla de deken over mij heen en val in slaap.

8.00 uur: Wouter vertrekt vandaag naar San Sebastian. Ik onderneem een poging om hem te zoeken, maar ik heb geen idee op welke verdieping en in welke van de ruim tweehonderd bedden hij slaapt. Het lukt niet om hem te vinden en zonder afscheid te kunnen nemen, loop ik de stad in. Een dag van twijfel begint: wat zal ik vandaag gaan doen? Een aantrekkelijke optie is verder lopen, de eerste etappe van de Camino Portuges. Ook kan ik mijn tas achterlaten in het seminarie en nogmaals de stad ingaan. Of zal ik toch mijn tas meenemen op zoek naar een nieuw bed? Ik zou tot 16.00 uur kunnen wachten en hopen dat er plaats is in de kleine albergue van het Convento de San Francisco. Of toch maar op zoek naar een zwembad?
De Gallicische band.

vrijdag 6 augustus 2010

afscheid

nog even wachten met het beschrijven van de laatste dag.

nog even doen alsof ik nog in santiago ben...

zaterdag 24 juli 2010

Poolse engel

Nog geen 5 km van Santiago ontmoette ik de 21-jarige Adam uit Polen. Hij lifte vanuit zijn woonplaats naar Pau, in de Franse Pyreneeen, en sliep de eerste drie weken op weg naar Santiago buiten. Adam is waarschijnlijk de eerste pelgrim die Santiago uit was voor hij het zich realiseerde. In de stad kwam hij een groep pelgrims tegen aan wie hij vroeg waar het pelgrimskantoor was om je compostela te krijgen. Omdat zij hem duidelijk maakten dat zij daar ook heen gingen liep hij met hen mee. Op het punt waar ik hem die dag tegenkwam, realiseerde hij zich de dag ervoor dat hij de stad al uit was en dat de groep hem waarschijnlijk niet goed had begrepen. Hij liep de berg weer af, terug naar Santiago om zijn bewijs te halen en de volgende dag beklom hij diezelfde berg weer.
We liepen de ca. 17 km naar Negreira samen op, waarbij hij zijn vier weken alleen lopen en slapen probeerde te compenseren door heel veel te praten. Over zijn passies: Ignatius van Loyola, punkrock, didgeridoo spelen en duivelsuitdrijvers, waar hij heilig in gelooft. Een aparte combinatie.
De volgende dag was hij eerder vertrokken dan ik en toen ik om 13.30 in Olveiroa aankwam, bleken alle bedden in de refugio al bezet. Adam at buiten zijn maaltijd van iedere dag: pasta met een ondefinieerbare saus. Toen hij zag dat ik geen plek om te slapen had, pakte hij mijn hand, loodste mij het gebouw in naar de eerste verdieping, haalde zijn spullen van zijn bed en vertelde dat ik daar kon slapen en dat hij buiten zou overnachten.

De Koreaanse prins en het vogeltje


De Koreaanse prins en de Duitse Robert in Santiago

Gisteren liep ik vanuit Negreira naar Olveiroa en onderweg kwam ik de Koreaanse prins weer tegen. We raakten aan de praat en ik vroeg hem naar het cameraploeg wat hem wilde interviewen in de Pyreneen. Hij vertelde dat zij inderdaad voor hem kwamen en dat hij geen prins was maar een - bekende - acteur die in Korea in klassieke toneelstukken speelt. Hij vertelde over zijn grote passie, acteren, zijn ouders, die zoveel kippen hebben dat ze een heel dorp van vlees en eieren kunnen voorzien, over zijn zus. Toen hij klein was en op een dag uit school kwam, vond hij een dood vogeltje op de weg. Hij nam het mee naar huis en begroef het in de tuin. Een gebeurtenis die veel indruk maakte.
Tijdens de camino had hij al drie dode vogeltjes begraven die midden op de weg lagen. Ik bedacht mij dat ik nog helemaal geen dode dieren had gezien onderweg. En nog geen minuut later lag daar zijn vierde dode vogeltje. Met zijn stok groef hij behendig een gat in de berm en legde er voorzichtig het vogeltje in. Met een krachtige slag op zijn borst nam hij afscheid. Ik ben benieuwd of hij op weg naar Finisterre zijn vijfde vogeltje heeft begraven.

Santiago!

Het is alweer vijf dagen geleden dat ik met Mirko de laatse kilometers aflegde naar Santiago. Om 5.55 uur liepen we een enorm donker bos binnen zonder zaklamp, zonder maan in de mist. op de tast, langzaam vooruitschuifelend liepen we het bos in. Eenmaal het bos uit en twee dorpen door kwamen we bij een bar waar het al snel volstroomde met pelgrims. Wat een verschil met de dagen voor Saria (het startpunt voor honderden Spanjaarden, de laatste mogelijkheid om hun Compostela in Santiago te halen), toen we met enkele tientallen pelgrims liepen. Veel vreemde gezichten, veel Spanjaarden.
Bij de Monte de Gozo, 5 km voor Santiago, zouden we normaal gesproken de kathedraal al moeten kunnen zien. Toen wij iets voor tienen arriveerden was heel de stad in mist gehuld, helaas. 5, 4, 3, 2, 1... en een uur later stonden we voor de kathedraal en werden we met open armen ontvangen door de Estse Julia en Maria en Ricardo. Snel een refugio gezocht, naar de kathedraal gerend om de pelgrimsmis van 12 uur bij te wonen. De kerk was bomvol. Eerst werden alle pelgrims opgesomd die die dag waren binnengekomen, daarna volgde de mis. Aan het eind werd het gigantische wierookvat aangestoken en door drie mannen aan lange touwen heen en weer gezwierd. Indrukwekkend.

Daarna kwamen we de ene bekende pelgrim na de andere tegen. Irina stond op het punt om naar Finisterre te gaan, ze was de dag ervoor aangekomen. De Italiaanse dame die ik in Bayonne al had ontmoet en die zoveel problemen had met haar voeen dat ze eerst niet verder wilde gaan stond in het midden van het grote plein voor de kathedraal. Veel verder dan ´ciao´ gingen onze conversaties niet maar het was geweldig om haar weer te zien. De Spaanse Raoul die mij figuurlijk de berg naar O´Cebreiro had opgetrokken was er ook en ik kon hem nu een biertje terug geven die wij onderweg hadden gedronken. Een paar uur later, na het ophalen van de Compostela, het officieel bewijs, klonk er een koor van stemmen vanaf een terras door het nauwe straatje ´Mariah!´. Daar zaten Yuki, Yoshi, Robert en Gerhard op een terras. Nog geen paar minuten daarvoor hadden ze gefilosofeerd over waar ik zou zijn.
Het weerzien met Gerard (links) en Robert (rechts).

















Wijn werd aangerukt en we toosten op het weerzien en het feit dat we in Santiago waren aangekomen. Twee weken had Yoshi overal gezocht naar Yuki, die achter was gebleven omdat ze ziek was geworden. Hoewel we allemaal in de veronderstelling waren dat ze nog ziek was, bleek zij ons ergens te hebben ingehaald en ze kwam twee dagen eerder in Santiago aan.

´s Avonds gepicknickt in het park met Mirko, hij moest de dag erna naar huis, en tot net voor sluitingstijd van de refugio bier gedronken in een bar. Omdat het ons allebei ontbrak aan richtingsgevoel riepen we aan de verkeerde kant de stad uit, van de refugio af. Gelukkig hielp een man ons uit de brand en kwamen we alsnog op de plek van bestemming. Een kwartier te laat, wat mij hartkloppingen bezorgde (vreselijk die curfews), maar gelukkig werd de deur opengedaan.

zondag 18 juli 2010

Liefde

Het schema wat ik heb gemaakt, had niet gedacht dat ik zo snel zoveel zou lopen. En ik loop niet eens mijzelf voorbij. Ik volg gewoon mijn eigen ritme en dan eindig ik 19 juli, dus 5 dagen voor op schema (als ik mij goed herinner, want het ligt thuis) in Santiago. Ongelooflijk hoe snel het gaat. na Santiago loop ik door naar Negreira, dan naar Olveira, Muxia en vervolgens Finisterra. Van Santiago naar Finisterra is ca. 120 km. Een heerlijk gevoel dat er nog zoveel te wandelen is. Na Finisterra neem ik waarschijnlijk de bus naar Santiago om de fiesta mee te maken op 24 en 25 juli ter ere van de heilige Jacobus. Ik hoop veel mensen die ik heb ontmoet daar terug te zien. Vandaag liep ik de eerste ca. 12 kilometers alleen van Melide naar Pedrouza. Ineens stroomden de tranen over mijn wangen en eerst had ik geen idee waarom. ç

Na een paar minuten doorlopen wist ik het. Ik voelde enorme dankbaarheid. In mijn hoofd ging ik iedereen na die ik de afgelopen weken heb ontmoet. De Noorse Maria die als een zus voor mij was, met haar vriendin Siv, de Zweedse Agnete met wie ik de Pyreneeen over ben gevlogen. Ze was nooit ver weg met haar kanariegele regenpak. De Duitse Robert, nog maar 19, maar een wijs man in spe, met wie ik ook de Pyreneeen heb getrotseerd en die op elke willekeurige plek opduikt, waarna we in enthousiast onze eigen taal beginnen te praten omdat het zo vertrouwd is om elkaar te zien. De liefdevolle Spaanse Marisa die mij elke dag een mailtje stuurt. De Spaanse Lola die met haar tomeloze energie en een Spaanse Engelse woordenboek in haar handen een paar dagen naast mij liep. De Amerikaanse Thomas die mijn tranen droogde op 13 juli. De Amerikaanse Pam die mij deed inzien dat ik niet boos moest zijn op mijn blisterfarm op mijn voeten maar dankbaar moest zijn dat ze mij al zover hadden gebracht. De Deense Helvig die samen met mij de hond trotseerde. De Oostenrijkse Herbert die met zijn warme handen zwijgend mijn voeten verzorgde. De Japanse Yuki die mij iedere keer weer blij Malije noemde. De Nederlandse Ronald die van geen opgeven wist, maar uiteindelijk toch de bus nam. Soms moet je je lichaam volgen. De Japanse Tomoto met wie het heerlijk schelden op mannen was. Ze schrijft een column ´Leaving my English husband and walking the fucking Camino´, maar dan in het Japans. De Russische Irina die mij energieoefeningen leerde in een klein boerendorp bij de ondergaande zon. De Franse Lucienj en Natasia die met mij meeliepen tijdens de kilometers die te zwaar leken, maar in hun gezelschap als sneeuw voor de zon verdwenen. De Amerikaanse Pat en Rosie die tomeloos vrijgevig waren. De Deense Claus die met zijn gitaar wonderen verichtte. De Nederlandse Kees met zijn enorm grote hart en zorgzaamheid. De Belgse Mirko die gewoon zichzelf is. En zoveel meer mensen met ieder hun eigen verhaal, hun wijze woorden, hun humor, hun vrijgevigheid, hun liefde. Ieder van hen heb ik in gedachten geknuffeld en bedankt voor alles wat ze mij hebben gegeven.

Wie weet zie ik ze op 25 juli in Santiago, misschien ook niet.

zaterdag 17 juli 2010

Meet your enemy

Na een indrukwekkende mis in de kerk van het klooster in Samos met een geweldig Gregoriaans ´concert´ heerlijk geslapen in de kloosterrefugio. Vroeg opgestaan omdat mijn Mexicaanse buren met veel bombarie om 5 uur vertrokken. Bij het opstaan bleek een van mijn slippers verdwenen. Vast in het donker meegenomen door de Mexicaanse vader. ´Zie je wel, je kunt je spullen nooit met een gerust hart achterlaten.´ Gelukkig bleek mijn Spaanse buurman zijn enorme tas op mijn slipper te hebben gezet. De eerste kilometers legde ik alleen af in het donker. Ergens moest ik rechtsaf slaan het donkere os in, maar waar? Gelukkig stond er na drie kilometer een heldergele pijl op de weg.

Niet veel later werd ik opgeschrikt door blaffende honden. ´Zie je wel, die wilde honden bestaan echt en nu loop ik hier alleen, zonder stok. In velden of wegen geen andere pelgrim te bekennen´ De wilde hond bleek een schattige langharige schoorhond op zoek naar een vriendelijke pelgrim die hem hartstochtelijk wilde knuffelen. Hij kroop zowat op schoot en wilde mij al kwispelend het bos in volgen. ´Wat nou, wilde honden?´ Nog geen kwartier later begon er een andere hond te blaffen. Gelukkig bleek het enorme beest veilig achter een groot hek te zitten.

Mijn hartslag daalde langzaam. Tot de volgende bocht... Een enorm beest kwam op mij af gelopen. Een bek vol kwijl, grote tanden, rooddoorlopen ogen. Eerst kwispelde hij. Niet veel later begon hij mij van top tot teen te besnuffelen. Hij duwde mij met zijn grote kop naar de kant van de weg en liet mij niet door. Wat nu? Hij begon tegen mij aan te springen en in mijn tas te snuffelen op zoek naar eten. Hij werd steeds agressiever. Langzaam probeerde ik naar het grote huis te lopen in de hoop daar hulp te vinden. Gelukkig stak de sleutel aan de buitenkant in het slot. Ik draaide de sleutel om en dook snel naar binnen. De snuivende hond wist ik buiten dte houden. Al roepend ging ik de vele donkere kamers af. Hoewel het nog maar hlf 8 moest zijn, was er niemand meer thuis.

Af en toe opende ik snel de voordeur om te zien of er andere pelgrims langskwamen om mij te redden. Helaas. Zou ik hier de hele dag moeten wachten op de bewoners? Ineens kreeg ik het idee om een van de twee enorme koelkasten te openen. Hij was bomvol en op de bovenste plank stond een grote schaal met rauw vlees. Ik pakte een groot stuk, opende de deur en net voor de tuin op de weg stond een jonge vrouw. Met de hond. Ik schreeuwde naar haar of ze bang was (stomme vraag). En ze antwoordde dat ze inderdaad doodsbang was. Ik zwaaide met het vlees en riep `I have meat`. Waarop de hond naar mij toe kwam en ik het stuk snel naar links gooide. Ik rende naar de vrouw die rechts op de weg stond en samen renden we keihard weg.

De hele dag hebben we pelgrims gevraagd of ze de agressieve hond ook hadden gezien. We kregen telkens twee antwoorden. Of ze hadden uberhaupt geen hond gezien of ze zagen hem wel maar hij lag heerlijk rustig in de tuin. Nagenietend van het stuk vlees...

maandag 12 juli 2010

Cadeautjes

De steentjes zijn bijna allemaal van eigenaar gewisseld.Eentje is mee met de Duitse Martin, ik kwam hem in Leon weer tegen. Eentje is mee met de Spaanse Lola, eentje met de Noorse Sive en een met haar vriendin Maria.
Drie groene kaarsjes worden nu door Marisa en haar twee dochters gebrand.

Fijn om na het ontvangen van jullie steun nu ook iets weg te kunnen geven!

Meer voetbal

De oranjekoorts bereikte natuurlijk ook de Camino. In Astorga heb ik drie oranje boa´s, een oranje strooien hoed gekocht en een bos oranje bloemen. Wouter heeft twee dagen met de fleurige hoed opgelopen. Erg handig om hem makkelijk te herkennen van een afstand (hij loopt harder dan ik). Bovendien weten veel medepelgrims dat we uit Nederland komen, wat interessante discussies oplevert.
Gisteren in Ponferrada nam de spanning behoorlijk toe. De hospitalleros van de herberg hadden vlaggetjes gemaakt om op te spelden. De Spaanse vallgen vonden duidelijk gretiger aftrek. De oranjebloemen heb ik aan mijn jurk genaaid en getooid met oranje shirt, hoed, boa´s en nog wat zaken zaten we te wachten voor de herberg. Twee oranjefans zorgden voor veel bekijks. Veel pelgrims en zels een monnik wilden met ons op de foto. De wedstrijd zelf wilden we in de stad bekijken. Onderweg maakten we behoorlijk wat nationalistische gevoelens los bij de Spanjaarden. hard toeterend en Espanga scanderend passeerden zij ons.

Met nog twee Nederlandse pelgrims en een handjevol andere supporters keken we de wedstrijd in een bar met een groot scherm. Wat een spanning. Jammer dat we niet wonnen, maar het is Spanje wel gegund. Fantastisch om in een land te zijn dat wereldkampioen is geworden.

Twee boa´s heb ik na de wedstrijd aan Spanjaarden gegeven. De oranjebloemen heb ik achtergelaten in de vijver voor de herberg om de voeten te koelen. De oranje hoed heb ik achtergelaten voor de enorm hartelijke hospitallera die mij na afloop bedankte voor de prachtige outfit en ons enthousiasme.

Voetbal en de Camino

Soms lopen twee werelden dwars door elkaar heen, zoals tijdens de wedstrijd van Nederland tegen Brazilie, die ik keek met een stel pelgrims in een bar. Naast mij zat de Duitse Martin die zich verontschuldigde dat hij achter mijn rug een heel gesprek voerde met medepelgrims om vervolgens het volgende gesprek met mij te starten. (een vrije Nederlandse vertaling van een gesprek in het Engels)
- Marije: Nee het geeft niets dat je een gesprek voert, ik kan de Spaanse commentator toch niet verstaan.
- Martin: ik zal mijn mond dicht houden, dan kun jij kijken
- is goed
- weet je, ik had vandaag zo´n fantastische dag op de camino
- hm (Nederland schiet er bijna een in)
- de Camino heeft mij nu al zoveel gebracht
- hm (te spannend deze wedstrijd)
- ik loop hem omdat mijn dochter een dag voor haar bruiloft is overleden
- wanneer was dat?
- op 12 juni vorig jaar
- hm (Nederland moet opletten, de Brazilianen krgijen de overhand)
- ik heb een steen meegenomen, een steen die mijn vrouw aan onze dochter zou geven op de dag dat ze zou gaan trouwen. Ik laat hem achter in Finisterre.
- GOAAAAAAAL!

Waar ben ik?

Hier even snel een rijtje met de gelopen etappes. Soms overschreed ik een etappe uit mijn gids, soms voegde ik er twee samen.
1. Saint Jean - Roncesvalles
2. Roncesvalles - Larrasoina
3. Larrasoina - Pamplona
4. Pamplona - Puenta la Reina
5. Puenta la Reina - Estella
6. Estella - Los Arcos
7. Los Arcos - Logrono
8. Logrono - Najera
9. Najera - Santo Domingo
10. Santo Domingo - Belorado
11. Belorado - San Juan de Ortega
12. San Juan de Ortega - Burgos
13. Burgos - Sambol
14. Sambol - San Ermita de San Nicolas
15. San Ermita de San Nicolas - Fromista
16. Fromista - Carrion de los Condes
17. Carrion de los Condes - Sahagun
18. Sahagun - El Burgos
19. El Burgos - Leon
20. vrije dag in Leon (12 uur Wouter getroffen op de Paza Mayor!)
21. Leon - Villar de Mazarife
22. Villar de Mazarife - Astorga
23. Astorga - Foncebadon
24. Foncebadon - Villafranca del Bierzo

Herbergen en andere pelgrims

Druk onderweg? Of mooie gelegenheden om nieuwe mensen te ontmoeten, je hart te luchten, lekker te klagen over de pijn die door je lichaam lijkt te wandelen, eten en drinken mee te delen? Nog steeds kom ik iedere dag medepelgrims tegen die ook in Saint Jean zijn begonnen. We lopen min of meer dezelfde etappes en soms raken ze een of meer dagen uit het zicht, soms zie je ze elke dag. Herbergen zijn goede gelegenheden om bij te kletsen, samen te koken, medicamenten uit te wisselen (sommige pelgrims zijn wandelende apotheken, erg handig als je onderweg iets nodig hebt) of de laatste roddels door te nemen. Omdat iedereen verschillende etappes aflegt, is het vrij eenvoudig te achterhalen waar een bevriende pelgrim zich bevindt. Ook nieuwtjes over pelgrims doen snel de ronde. Het geeft een fijn gevoel van geborgenheid dat je weet dat er mensen achter je lopen en voor je lopen. Iedereen steunt elkaar, zegt gedag en wenst je een Buen Camino.

Soms blijft het lot van een pelgrim langs in het ongewisse. Zoals Ray, een vriendelijke Amerikaan die onderzoek doet naar pelgrimsliteratuur. Ik dineerde met hem in Saint Jean en we spraken over zijn onderzoek en mijn tentoonstelling. Hij had minstens 20 kilo in zijn rukzak (veel boeken) en was behoorlijk fors. Van medepelgrims wist ik dat hij uiteindelijk de Pyreneeen over is gekomen en twee dagen moest bijkomen in Roncesvalles. Drie weken was er radiostilte en waar kom ik hem tegen? In Astorga, in het museum over de Camino. Hij blijkt de hele weg te voet te hebben afgeleged. Sommige mensen zijn veel sterker dan je op het eerste gezicht denkt. Het gaat hier niet om de perfecte lichamelijke conditie. Santiago kan iedereen halen, maar de weg eraartoe is het belangrijkste.

Mooie momenten onderweg

- de Duitse Karina had tijdens het beklimmen van de steile berg in de zinderen hitte op weg naar Astorga visioenen van sappige meloenen. Na het bereiken van de top blijkt er in the middle of knowhere een stalletje te staan, beheerd door een langharige hippie met een engeltattoeage op zijn rug. Het kleurrijke stalletje bevatte biosappen, zelfgemaakte koeken en cakes, vers fruit. Kortom een waar paradijs. Karina kreeg binnen vijf minuten waar ze om vroeg. De Braziliaanse Capoeirakoning waar Wouter en ik mee opliepen barstte spontaan in een paradijselijk gezag uit met zijn zware sambastem.

- een blonde dame kon maar niet beslissen of ze in de Middeleeuwse kerk San Ermita de San Nicolas, na Castrojeriz, wilde blijven slapen of toch maar door wilde lopen naar de volgende plaats. na lang dralen besloot ze toch maar te blijven. Een uur later kwam de Hongaarse Susa voorbij, die ook visioenen van sappige meloenen (stel je voor, het is hier heet, droog en dorstig) heeft. Buiten de kerk staat er niet in de wijde omtrek, dus of ze moet het visoen laten gaan of ze moet doorlopen. Uiteindelijk raakt ze aan de praat met de blionde dame. Ze blijken beide uit Hongarije te kopen en heten allebei Susa.

donderdag 8 juli 2010

Rituelen

Zoals eerder beloofd een stukje over de dagelijkse rituelen. Iedere dag begint met een slaperig hoofd dat een hoop gestommel hoort en zich afvraagt of het al tijd is om op te staan. Tijd is een rekbaar begrip wanneer je geen wekker, horloge of telefoon hebt. Zodra ik mensen in de refugio aanstalten hoor maken om weg te gaan ( stommelen, tas inpakken, hoofd stoten aan de stapelbedden omdat het nog te donker is, tanden poetsen etc.) schiet er een adrenalinerush door mijn lichaam. Ik moet ook opstaan, aankleden, inpakken, checken of alles in de tas zit, tas nogmaals uitpakken in geval van twijfel, check of er niets onder op of tussen het bed is gevallen. En dat allemaal in het donker. Pas wanneer ik buiten sta, kan ik aan de stand van de zon of het ontbreken ervan zietn hoe laat het is. Meestal ergens tussen 5 en half 7, echt? Ja echt, wanneer ik normaal gesproken in het museum arriveer heb ik al zo´n 15 km gelopen.
Eenmaal buiten is het een kwestie van of: ontbijten in een bar die open is of een al eerder gekocht ontbijt nuttigen. Dan is het zaak de gele pijlen en schelpen te volgen het dorp of de stad uit. De pijlen wijzen je heel eenvoudig de weg, of richting Santiago of terug naar het dorp waar je gister vandaan kwam.
Na zo´n 10 km is het tijd voor een kop koffie met veel melk, een heerlijk taartje voor de al gelopen kilometers. Meestal loop ik alleen. Soms kom ik onderweg andere pelgrims tegen met wie ik een tijdje oploop. Al naar gelang de afstand van de dag arriveer ik tussen 10 en 13 uur op de plek van bestemming.
Eenmaal in een nieuwe tijdelijke woonplaats ga ik zo snelmogelijk op zoek naar de leukste refugio en dan begint het ritueel van inchecken. Pelgrimspas laten stempelen, betalen (meestal tussen de 4 en 8 euro, of bij donatie), nieuw (stapel)bed uitzoeken, was doen (minst leuke van de dag), was ophangen, douchen, omkleden, lunchen, de nieuwe woonplaats bezoeken, rondhangen, bier of wijn drinken, tapas eten of gezamenlijk koken, in mijn dagboek schrijven, bijkletsen met andere pelgrims, elkaars voeten bestuderen en becommentarieren, beetje dommelen etc. Rond 22 uur sluiten de poorten zich en word je geacht je bed op te zoeken. Het slapen is niet altijd eenvoudig, want het is vaak erg warm in de slaapzalen en er wordt duchtig gesnurkt.
En begint zo ergens tussen 5 en half 7 weer een nieuwe dag...

maandag 5 juli 2010

Rustdag?

De Camino moet elke dag bewandeld worden, tenminste zo voelt dat. Ik heb dan ook geen rustdag genomen. Gisteren heb ik zelfs bijna 40 km gelopen naar Sahagun. Vandaag maar 18 km gelopen en wie weet morgen in een keer tot Leon.
Morgen hoop ik at tijd te maken om iets te schrijven over de dagelijkse rituelen en de herbergen. De hospitalera van de herberg in El Burgos waar ik nu ben, was fantastisch. Ik kwam om 10.00 uur aan en mocht mijn rugzak achterlaten (ze ging pas om 12 uur open). Eenmaal ingecheckt vulde ze een tijl met water, gooide er een handvol zout in en een flinke scheut azijn. Ze koos een ligbed onder een parasol en liet mij mijn voeten badderen en zag er streng op toe dat ik daarna met de benen omhoog ging.

Vanavond heeft ze mijn blaren verzorgd en dronken we bier met Gerhard en Robert, die ik twee dagen niet had gezien omdat ik hen eruit had gelopen.
Vanavond gegeten in hun herberg. Robert kookte spaghetti voor ons. Een enorm bord vol dat zich na iedere hap leek te vermenigvuldigen. Een magisch bord, het zwaarste gedeelte van de camino vandaag. Gelukkig at Jaimy mee, een tengere Amerikaanse jongen van amper 18 die altijd alle borden leegt.

maandag 28 juni 2010

Geuren en kleuren

Iedere dag wandelend over de Camino geeft nieuwe indrukken. Iedere stap wordt gevolgd door talloze vogels, vlinders en is omzoomd door prachtige bloemenvelden. Na iedere bocht is het uitzicht nog adembenemender. Wanneer de zon schijnt lijkt het alsof de weg oplicht en je schaduw omringd wordt door een helder licht. Kleuren en geuren worden intenser. De weg opent zich voor jou en hij lijkt zich weer te sluiten zodra je de volgende stap zet zodat hij zich weer kan openen voor de volgende pelgrim. Een slak kruipt langszaam dwarsover en herinnert je eraan om ook af en toe gas terug te nemen en te genieten van hetgeen je ziet onderweg.

Wanneer je het niet meer ziet zitten komt er spontaan een Frans koppel uit de bosjes en zegt als je het moeilijk hebt dan lopen we met je mee. Natasia en Lucien sleepten mij door de laatste zeer pijnlijke kilometers naar Najera een paar dagen terug. Ze plunkten kersen onderweg en we hadden mooie gesprekken. Gisteren liet ik hun namen achter op de modderige weg. Vandaag zag ik dat zij hun namen voor mij hadden achtergelaten. Twee Franse engelen.

Kaarsjes

Yvon, Annemarie en Martine gaven mij tijdens de picknick in het park kaarsjes mee om onderweg te branden. Iedere keer wanneer ik bij een kerk arriveerde was hij of dicht, of er brandden alleen electrische kaarjes, of er was uberhaupt geen plek om er eentje te branden of er was wel een mogelijkheid maar had ik de kaarsen niet bij mij (af en toe laat ik mijn tas achter in de refugio). Inmiddels waren al vele medepelgrims op de hoogte van mijn ´kaarsprobleem´ en iedere dag attendeerde wel iemand mij erop waar er een kerk was waar ik ze kon branden.

Kaarsje in de kathedraal van Viana.

Uiteindelijk heb ik de geurkaars gebrand in de kathedraal van Viana, voor een prachtig beschilderd beeld van Santiago. Toen ik bij een oude dame in de kerk mijn pelgrimspaspoort liet voorzien van een stempel liep ik even terug naar mijn kaars. Iemand had hem te midden van de vele kaarsjes gezet en ik zag dat medepelgrims hun kaars aanstaken met die van mij. Wat zal het die dag lekker hebben geroken in de kerk.

De andere kaars zat in een blikken doosje en had de vorm van een klavertje vier. In ieder blad kon je een klein kaarsje steken. In Santo Domingo de la Calzada ontmoette ik de Noorse vriendinnen Siv (34) en Maria (37) en hun vriendin de Spaanse Lola (41). We sliepen in dezelfde refugio in een oud klooster bij de Cistercienser nonnen en raakten in de mooie rustige tuin aan de praat. Maria en Lola ontmoetten elkaar drie jaar geleden op de Camino en liepen samen een aantal dagen op. Dit jaar besloten ze om met Siv verder te lopen. Na een halfuur kwamen Fernando en zijn vriendin Gabriela uit Pamplona langs. Fernando liep drie jaar geleden ook de Camino. Ze nodigden mij uit om mee uit eten te gaan en sindsdien trek ik met de drie dames op, wat erg gezellig is.

Klavertje vier in de kerk van San Juan de Ortega.


Vandaag arriveerden wij in San Juan de Ortega en besloot ik na de pelgrimsmis in de kerk het klavertje vier te branden. We wachtten tot iedereen weg was, dachten na over een wens en staken de kaarjes aan en stopten het in de klaver. Het blikje zetten we tussen de andere kaarsen. Lola greep onze handen en we stonden in een cirkel om de kaarsen net zo lang tot de vier kaarjes waren opgebrand. Wat een magisch moment. Daarna serveerden ze in de oude kloosterrefugio knoflooksoep. De karige, maar lekkere maaltijd, werd beeindigd door een Duitse pelgrim die prachtige oude liederen voor ons zong en zichzelf begeleidde op harmonica en banjo.

This must be a Caminosign

De Amerikaanse Kyle (21) besloot twee maanden geleden met zijn moeder Linda (50) te vergezellen op haar Camino. Linda was toen al drie jaar bezig met de voorbereidingen voor haar reis. Samen met haar Franse echtgenoot runt ze een restaurant. Ze werkt ongeveer 75 uur per week, haar man zelfs meer. Linda heeft het erg zwaar. Ze neemt vaker de bus dan ze wandelt, maar Kyle doet het erg goed en elke paar dagen zie ik hem wel ergens opduiken. We ontmoetten elkaar in Saint Jean Pied de Port en in Logrono sliep hij in het bed boven mij. Waar ik niet heel erg blij mee was, want hij weegt nogal zwaar en wanneer hij zich omdraaide schudde ik als vanzelf heen en weer. Voor het slapen was het wel erg gezellig. Terwijl Kyle alleen verder liep, nam zijn moeder de bus en stapte even verder uit waar ze de Zweedse moeder Kaisha (50)en dochter Moea (19) ontmoette. Linda besloot een briefje achter te laten onder een steen voor haar zoon ´Hi Kyle, Iám here where are you?'. Onderweg zag Kyle de vele stenen mannetjes, stapel stenen, die pelgrims achterlaten, en hij voelde zich niet geroepen om er een steen bij te leggen. Tot hij plotseling als vanzelf een steen oppakte. En wat lag er onder die steen?...

woensdag 23 juni 2010

Geluk, veel geluk

Gisteren zat ik met een boek in het groene park van Estella en vroeg mij af waarom ik precies op die plek ging zitten. Ik keek op de grond en het eerste dat ik zag was een klavertje vier waaraan zelfs eenvijfde blaadje begon te groeien. Daarom...

Vervolg door mist en regen

De eerste etappe zou het zwaarst zijn, maar de daaropvolgende vonden wij zwaarder. Door de vele regen was alles modderig en moest je erg goed uitkijken waar je je voeten neerzette. Daardoor was mijn hoofd tijdens de eerste wandeldagen meteen leeg. Je had niet eens de mogelijkheid om ergens aan te denken. Helaas kwamen de gedachten om 22 uur, wanneer de lichten uitgingen, dan ging er een knop om en begon ik te denken, denken, denken. Om 6 uur gingen de lichten weer aan en haastte (bijna) iedereen zich zo snel mogelijk om te vertrekken.

Hoewel wij (Agneta en ik) de tweede dag vrij laat waren, haalden we zoveel pelgrims in dat we 2 uur eerder aankwamen in Larrasoaina dan mijn boek ons voorschreef. Onderweg kwamen we Robbert tegen die ons gezellig vergezelde. Alle pelgrims die we tegenkwamen werden enthousiast begroet en de sfeer was erg goed, veel gelachen. In the middle of nowhere toen we achter de Koreaanse jongen liepen (is het een militair? hij loopt zo stijf) dook er ineens een cameraploeg op. Wij werden gemaand door te lopen en de ploeg probeerde de Koreaan te ondervragen. Hij liep stug door. Eerder vertelde hij dat hij bokste en taekwando deed. Was hij een beroemde kampioen? een bekende filmster in Korea? Een prins? Wij besloten dat hij onze Koreaanse prns was. We besloten hem de volgdende dertig dagen te volgen om het uit te vinden. We gaan tenslotte allemaal dezelfde kant op. Dit mislukte jammerlijk al op de eerste dag. Agneta zette de pas erin en ik volgde wat later. Robbert werd de hekkensluiter. De Koreaan liep ergens tussen ons in. Ineens was hij weg, spoorloos. Pas na twee dagen zagen we hem weer. Opgelucht dat hij niet in het niets was opgelost...

De Pyereneen over

In mijn papieren dagboek ben ik blijven steken op mijn eerste dag, de aankomst in Saint Jean Pied de Port. Er zijn zoveel indrukken dat ik onderweg schrijf in mijn hoofd en bij aankomst geen zin meer heb om papier te pakken. De eerste avond in l´Esprit du Chemin, gerund door Huberta en Arno, was geweldig. Een hartelijk welkom met een aperetief en een overvloedige maaltijd met linzensoep, hartige taart, pasta met en zonder vis, twee salades, brood, wijn, water en een toetje. Meteen vrienden gemaakt na het voorstelrondje. Met de Zweedse Agneta (50) ben ik de eerste etappe begonnen. Onderweg sloot de Duitse Robbert (19) zich aan.

In de regen, langs prachtige vergezichten die we eerst nog konden ontwaren en al lopende in de mist verdwenen. Af en toe doemde een pelgrim op en een keer kwam een heel laag zingende Koreaanse jongen uit de mist tevoorschijn. We werden op de voet gevolgd door nieuwsgierige schapen, een enkele herder met zijn hond.

Rond half 2 waren we in Roncevalles, waar ik Bas en zijn echtgenote Sonja ontmoette die ik tijdens de bestuursvergadering van het Jabodsgenootschap had leren kennen. Ook zag ik Peter weer die ik in Bayonne ontmoette en die voor mij was vertrokken. Wat een hartelijk Hollands ontvangst in de twaalfde-eeuwse refugio. Lees: een hoge stenen zaal met ca. 120 bedden. Hij wordt gerund door vrijwilligers van het genootschap. Tijdens de zeer druk bezochte ALV van het genootschap in Utrecht raakte ik toevallig aan de praat met een man met een grijze snor. En wie had net zijn laatste dag als hospitallero erop zitten en had nu alle tijd om even een praatje te maken in de refugio in Roncevalles? Juist...

maandag 21 juni 2010

Toeval?

Is het niet heel toevallig dat Agneta en ik op dezelfde dag van een man met dezelfde leeftijd een smsje krijgen met ´go girl go´??

Caminotamtam

Nog snel een volgend berichtje vanuit de inmiddels zeer donkere en stille refugio waar je alleen het ratelen van het toetsenbord hoort. Iedereen krijgt een bijnaam onderweg, de mijne is het-meisje-uit-Nederland-dat-altijd-honger-heeft. Iedere keer wanneer een nieuw gemaakte Caminovriend iemand vraagt of ze mij hebben gezien, dan is het antwoord ´ja, maar ze zei dat ze moest stoppen om iets te eten´.

22 uur bedtijd!

Even een heeeel snel bericht. Aangekomen in Puerto de la Reina vandaag, Na veel regen en mist de Pyreneeen overgeklommen en nu het mooie weer tegemoet lopend. Om 22 uur gaan hier de licht uit en ik typ nog snel een berichtje op de overgebleven minuten van Agneta, een Zweedse vrouw. De Camino tot nu toe is fantastisch. Zoveel groen, hartelijke mensen, nieuwe vrienden, lekker eten en helaas een beetje weinig slaap.

woensdag 16 juni 2010

Een goed begin...

Een goed begin is het halve werk. Dit betekent in mijn geval beginnen met een heerlijke ontspannende massage van rug, benen en voeten van oud-collega A. Na nog geen 80 kilometers op de oefenteller wordt mijn lichaam al onderworpen aan een weldadige massage. A. is twee jaar geleden begonnen aan een opleiding tot wellnesscoach en zocht oefenklanten voor haar komende massageexamens. Vliegensvlug gaf ik mijzelf op. Alleen al het versturen van mijn beschikbare data bezorgde mij de nodige ontspanning. Nu mocht ik twee keer een avond langskomen.

Maar goed, na het verwijderen van de zachte witte warme handdoeken die mijn lichaam aan het begin van de massage subtiel bedekten, weet A. precies hoeveel blaren ik al heb na nog geen tiende van het uiteindelijk te lopen kilometers. Ze weet exact hoe het gesteld is mijn rug- en schouderspieren, hoeveel gewicht zij kunnen tillen, waar er teveel spanning vastzit en waar zich mijn zwakke plekken bevinden. En ze weet als geen ander dat mijn kuiten nog niet gespierd genoeg zijn... Ik heb het weekend erna nog snel 44 kilometer toegevoegd, zodat zij in ieder geval kon voelen dat mijn lichaam zich er klaar voor maakte.

Tijdens de Thaise yogamassage de week daarop heeft ze mij nog eens vakkundig gekeurd en in allerlei bochten gewrongen. Zwakke plekken lieten zich nogmaals aan haar zien en spiermassa wist zich goed te verstoppen. Vanavond tijdens mijn 'afscheids'borrel liet ze weten dat ik na mijn tocht weer langs mag komen voor zo'n heerlijke ontspannende massage. Met dat vooruitzicht begint mijn reis op wolken.

Alle wensen gaan aan het einde van de wereld de lucht , het water, het vuur of de aarde in!


Altijd iemand die mee reist!


maandag 14 juni 2010

Het moet toch niet gekker worden


Snel, snel een broodje eten voordat ik bij de masseur moet zijn. De afspraak staat om half 8. Een paar minuten later spring ik uit de trein, slik net de laatste hap van mijn sandwiche weg en sprint naar mij fiets. Ruim 10 minuten te laat bel ik aan. Te laat, hoe kon het ook anders met de voorspellende tekst op dit broodje. Voortaan maar braaf de laatste tip volgen, ga rustig zitten en geniet...

zondag 13 juni 2010

Het pelgrimeren is begonnen

Hoe bereid je je voor op een tocht die veertig keer zolang duurt als je ooit op een dag hebt gelopen? Een tocht die al eeuwenlang wordt bewandeld en waar, zeker de laatste twintig jaar, menig boek en blog over is verschenen. De belevenissen van honderen pelgrims kun je op de voet volgen. Stap voor stap maken ze je deelgenoot van hun ervaringen en ontmoetingen onderweg.
Even de rug strekken

Ze handelen over diezelfde eeuwenoude route, maar stuk voor stuk zijn het compleet verschillende verhalen. Tijdens mijn voorbereidingen bleek snel dat het pelgrimeren al begint bij het nemen van de beslissing om op pad te gaan. Twee voorbeelden.

Bijzonder aanbod
Zo'n twee weken geleden las ik 's avonds het boek van de Duitse Hape Kerkeling. Hij liep in 2001 van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago. Vanaf Léon heeft hij het helemaal gehad met het alleen reizen en hij verlangt naar het gezelschap van een goede vriend. Hij heeft dan nog een aantal etappes voor de boeg door een dor en droog niemandsland waar het zou wemelen van de wilde honden en leidt door een bos waar het spookt. Voor ik in slaap val bedenk ik mij dat ik onderweg een wandelmaatje moet regelen die mij in ieder geval vanaf Léon vergezelt. Zodat ik de honden het hoofd kan bieden en het enge bos ook weer uit zal komen. De volgende ochtend lees ik een ongeduldig mailtje van Wouter of ik zijn voorstel al heb gelezen. Niet dus. Nieuwsgierig open ik zijn bericht en lees dat hij – uit zichzelf – het plan heeft om vanaf Léon met mij mee te gaan lopen.

Regenachtige, maar prachtige tocht
Vorige week zondag besloten Wouter en ik een lange wandeling te gaan maken op Voorne-Putten. Dit is mijn vierde lange oefenwandeling, de tweede op nieuwe schoenen. Tevens mijn generale repetitie. De wandeltocht begint bij de Tenellaplas in Oostvoorne. Hoewel we via telefoon, sms en live meerdere keren worden gewaarschuwd dat het hard en lang kan gaan regenen beginnen we toch dapper aan de eerste 18 km van onze wandeling. 'In Spanje moeten we toch ook doorlopen.' De route leidt ons door urenlange regenbuien, bos en duin, langs meer en zee, over strand en vlakte en liet ons kennismaken met menig vogelsoort en plantjes. En vlijtige muggen. Terug op het beginpunt stel ik voor naar Rockanje te gaan, naar mijn ouderlijk dat nu ruim vijf jaar wordt bewoond door een nieuwe familie. Via de weilanden en akkers lopen we naar het dorp. Wanneer ik druk foto's maak van het huis komen de huidige bewoners met hun twee dochtertjes thuis.

Mooie ontmoeting
Ze moeten heel hard lachen als ik ons voorstel en de vrouw pakt mij vast. Nog geen maand geleden viel er een kaart door hun brievenbus. Die bleek ik zo'n veertien jaar te hebben geschreven vanuit Cornwall, waar ik toen werkte. Het lijkt net alsof ik de kaart nu persoonlijk kom halen. Omdat ze mijn adres niet hebben, konden ze hem niet doorsturen. De familie onthaalt ons alsof we oude vrienden zijn. We worden uitgenodigd voor een kop thee met stroopwafels en mogen het oude nieuwe huis bekijken. De tijd vliegt en na een uur van onuitputtelijke gesprekstof besluiten we toch maar om verder te lopen. Het is 19 uur en we moeten nog naar Oostvoorne waar de auto staat. Een lift slaan we lachend af en met een appel in de hand zwaaien we naar de hartelijke familie. Wat een bijzondere mensen.

vrijdag 11 juni 2010

Vuurdoop!

Met nog steeds een lichte aarzeling schrijf ik dit eerste stukje op mijn blog over mijn tocht naar Santiago de Compostela. In eerste instantie moest ik er niet aan denken onderweg achter een computer te kruipen. Contact via internet werkt al snel verslavend en dat wilde ik tijdens de wandeltocht voorkomen. Toch ben ik langzamerhand gezwicht voor vrienden, collega's en familieleden die op voorhand lieten weten dat ze nieuwsgierig zijn naar mijn belevenissen onderweg. Zo is dan toch dit Marije-onderweg-blog geboren. Ik hoop dat ik iedereen zo een beetje mee kan nemen op mijn avonturen in het Franse en Spaanse land. Wie weet loop ik nu eens niet van kerk naar kerk, moskee naar moskee of museum naar museum, maar van computer naar computer. Of ik er veel zal tegenkomen weet ik niet en aangezien de refugio's (pelgrimsherbergen) om 22.00 uur hun poorten sluiten, kan het zijn dat het aantal bericht erg beperkt zal zijn.

Wat te schrijven?
Een weergave van reis van A tot Z lijkt mij wat veel van het goede. Maar de twijfel slaat nu al toe waarover ik zal gaan schrijven? Over de blaren? Help! Wandelvrienden zullen verwijtend mompelen dat ze nog zo hadden gezegd dat ik meer moest oefenen. Over de prachtige musea in Spanje? Help! Mijn baas zal denken dat ik niet meer terug zal keren. Over mijn verdwalingen? Help! Mijn broertje zal verzuchten waarom ik geen gps heb meegenomen. Dat had hij nog zo gezegd. Over bijzondere toevalligheden? Help! De helft van de lezers is waarschijnlijk veel te nuchter en haakt al snel af. Over ontmoetingen met knappe Spaanse mannen? Help! Ouders lezen mee. Het wordt gewoon een beetje van dit, een beetje van dat.

Aftellen
Nog zes nachten en dan vlieg ik via Schiphol naar het Franse Biarritz en stap vervolgens in de trein naar Saint-Jean-Pied-de-Port. Tot aan Leon loop ik alleen en vanaf daar vergezelt goede vriend Wouter mij. Samen komen we rond 24 juli aan in Santiago. Mijn punt van zorg is of ik die leuke jurkjes wel mee moet sjouwen. De zijne of we elkaar niet mis lopen in Leon. Donderdag 8 juli om 15.00 uur sta ik op de Plaza Mayor. In Leon. Bij deze.